Cort door de bocht

4 februari 2009

De rek in de ironie

Ingedeeld onder: Cort door de avondbocht — Elias Cort @ 1:13 pm

Dubbele bodems worden steeds dieper… die indruk kreeg ik toen ik maandag 2 februari naar Phara op Canvas zat te kijken en meer bepaald naar de discussie tussen Stijn Meuris en Claude Marinower naar aanleiding van het item Gesproken dagblad in het populaire programma Man bijt Hond. Ik heb het item Joden weer wat boos inmiddels herhaalde malen bekeken. In tegenstelling tot de meerderheid van de kijkers (en ook niet-kijkers die er zich inmiddels een mening over hebben gevormd) kan ik wel begrip opbrengen voor Claude Marinowers verontwaardiging en minder voor de argumenten van Meuris, die blijkbaar de teksten schrijft voor het Gesproken dagblad. Hij zette de discussie aan de tafel bij Phara al snel op scherp – begrijpelijk wellicht voor een popartiest die het gewoon is de adrenaline flink op te pompen voor een optreden – door Claude Marinower meteen maar bij de keel te grijpen met zijn uitspraak dat het feit dat Joden geschokt en verontwaardigd zijn blijkbaar “genetisch ingebakken is in de Joodse gemeenschap”. Net als ik hapte Marinower zichtbaar even naar adem, maar hij zette Meuris meteen op zijn plaats. Toch werd hij gedurende de hele discussie in het defensief gedrongen door de vinnigheid waarmee Meuris zijn gelijk wilde bewijzen: Joden zijn voortdurend boos. En zo impliciet de boodschap meegaf dat ze daar helemaal geen reden toe hebben.

Wat Marinower en met hem wellicht ook de Joodse gemeenschap volgens mij dwars zit en willen aankaarten, en wat in de discussie steeds verder naar de achtergrond dreigt te verdwijnen, is dat zij het ‘gevoel’ beginnen te krijgen dat bepaalde sentimenten weer de kop opsteken en dat uitingen op het randje van antisemitisme steeds vaker worden toegedekt onder het mom van ‘een grap kunnen maken.’ Of een filmpje draaien in zwart-wit in de stijl van de jaren vijftig, al lijkt het net zo goed op de jaren dertig, met andere woorden voor WOII, om aan te tonen hoe irreëel het is dat die Joden tegenwoordig zo vaak ‘boos’ zijn, grappig is, moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Maar ik kan de verontwaardiging die Claude Marinower en wellicht de hele Joodse gemeenschap voelt, begrijpen omdat het filmpje een gemeenschap portretteert aan de hand van overduidelijke clichés. “Een letterlijke overdrijving, overduidelijk inderdaad…” roept Stijn Meuris. “De kwadratuur van de overdrijving,” noemt hij het zelfs. En om te bewijzen dat het programma niet alleen de Joden op de korrel neemt, haalt hij er voorbeelden bij van andere gemeenschappen die een soortgelijke behandeling kregen in het Gesproken dagblad: zwarten, Turken en ook… Limburgers. “Ik weet wat dat betekent”, verzekert de in bronsgroen eikenhout geboren Meuris zijn gesprekspartner, want kritiek kun je het beste van de tafel vegen met een ironische kwinkslag.

Hoe sterk is de rekker van de ironie? Meuris heeft het in het gesprek bij Phara over de “Kwadratuur van de overdrijving” en beweert meteen maar in naam van het publiek van Man bijt hond dat al die kijkers die vierdubbele ironie wel begrijpen. Het ligt er vingerdik bovenop dat dit “om te lachen” is, toch? En wie dat niet ziet, legt programmamakers beperkingen op: “Wij moeten dit nog wel kunnen doen!” roept hij uit alsof de censuur al klaar staat om hem en de programmamakers van alle satirische programma’s in de boeien te slaan. Terwijl het toch net andersom is: er is geen restrictie meer op wat bruikbaar is om een lach te genereren. En als iemand zich daardoor verontwaardigd, geschokt of gekwetst voelt. Tans pis. In deze tijden moet je maar leren een dik vel te kweken.

Bij al de argumenten die ik Meuris hoor debiteren moet ik denken aan wat Van Kooten en De Bie, die voortreffelijke chroniqueurs van het wekelijkse nieuws, iets wat Man bijt Hond blijkbaar ook betracht in de reeks Gesproken dagblad, is overkomen begin jaren Tachtig in Nederland: ze lanceerden de fictieve Tegenpartij – oerhollandse gladde jongens die de politiek in gingen met populistische slogans – en werden tot hun eigen ontzetting prompt in de armen gesloten door een groot deel van de Nederlandse bevolking, hoe abject hun simpele politieke leuzen ook waren. Het ging zo ver dat indien de partij toen bij de verkiezingen was opgekomen, ze ongetwijfeld heel wat zetels had behaald. Van Kooten en De Bie hadden de wijsheid om de twee fictieve partijleden Jacobse en Van Es een niet bepaald zachte dood te laten sterven, omdat ze begrepen dat hun ‘kwadratuur van de overdrijving’ niet begrepen werd, integendeel, dat ze zó pal op de tijdsgeest zaten, dat hun satire heel erg pijnlijk werd. De rekker van hun ironie was helaas geknapt.

1 Reactie »

  1. [...] artikel verscheen eerder op Cort door de bocht. Lees ook Luckas Vander Taelen’s terechte opiniestuk over deze kwestie in De Morgen van 4 [...]

    Pingback door Het Parlement » Blog Archief » De rek in de ironie — 4 februari 2009 @ 3:02 pm | Beantwoord


RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Plaats een reactie

Blog op Wordpress.com.