Het is de Week van de Goeiedag (van 5 tot en met 9 mei). Ik hoor het ’s morgens op de radio en denk spontaan: eindelijk, eindelijk hebben we een oplossing voor dat gemeenschappenverscheurend Belgische probleem Brussel-Halle-Vilvoorde. Ik zie Vlamingen in hun fermettes naar hun tuinhuisjes, garages, kelders en zolders spurten en de inboedel daar onderste boven halen op zoek naar dat ene wapen waar ze ooit echt een veldslag mee hebbben gewonnen: de goeiedag. Ik hoor ze tegen vrouw en kinderen hun strijdkreet oefenen terwijl ze maliënkolder omgorden en een helm op hun schedel plaatsen: “Schild en vriend!” – dat die Walen die spreuk nu eindelijk maar eens op zijn Vlaams leren uitspreken, want anders… En ik zie ze zwaaien met hun goeiedag, terwijl ze met zelfverzekerde tred de deur uitstappen op weg naar … Maar nee, ik vergis me. Want ’s middags zie ik een advertentie in De Morgen en deze campagne, een initiatief van Boodschap zonder Naam, draait niet om B-H-V dat vandaag volgens alle Vlaamse partijen gestemd zou worden, maar om heel iets anders.
Ik zie namelijk een persoon die wat lijkt op een oude Belg – zij het zonder maliënkolder en helm – in een vuurrode Porsche decapotable zitten terwijl hij breed glimlachend een arm opsteekt naar een imaginaire fotograaf die de Posche wel heel breed in beeld neemt. Boven die protserige wagen galmt het: “Zeg goeiedag en win € 25.000″. Daar wordt je toch even stil van.
Als je wat beter naar de advertentie kijkt, zie je dat die dure Porsche voor de “Potenblokken” op het Kiel in Antwerpen staat. Toevallig woon ik in de buurt van die sociale woonblokken, een ontwerp van de Belgische architect Renaat Braem, die op dit moment nog naarstig worden gerenoveerd omdat ze al jaren niet meer voldoen aan het elementairste leefcomfort. Wat moeten die mensen denken van deze campagnefoto: dat ze als sociaal wonenden nooit geleerd hebben om goeiedag te zeggen tegen andere mensen, dat ze met andere woorden al jaren verzuurd zijn en dat ze eindelijk maar eens moeten leren om wat vriendelijker te zijn voor vriend en – nou, ja, zolang het geen Walen zijn – vijand? En als ze dat, hoe onspontaan ook, de hele dag lopen te doen, dat ze dan een kans maken op € 25.000 waarmee ze dan – zo lijkt deze advertentie hen duidelijk te maken – meteen een Porsche decapotable kunnen kopen van waaruit ze dan wel breed glimlachend en heel spontaan goeiedag moeten schreeuwen naar iedereen die ze voorbijrijden?
Waarom, vraag ik me af, toont deze campagne eigenlijk geen foto van een Porsche-eigenaar die met fris geschoren kaken en met een dure merkzonnebril op zijn door plastische chirurgie gecorrigeerde neus voor een zebrapad staat te wachten, terwijl hij breed glimlachend zijn hand opsteekt als een paar voetgangers – het liefst uit de Potenblokken van het Kiel – de weg oversteken?
Maar kijk, ik word op mijn wenken bediend, want als ik de website van Boodschap zonder Naam bezoek krijg ik een filmpje te zien waarin ene Jean-Pierre Van Rossem, die we allemaal associëren met dure merkwagens, te voet door enkele straten wandelt – waar is de tijd dat hij om zich te verplaatsen kon kiezen uit een hele vloot Ferrari’s? – terwijl hij mensen een goeiedag toeblaft. Een beter woord is er niet voor. Dat lijkt me toch wel het laatste waar je al wandelend op zit te wachten. Eerlijk, ik begrijp mensen die tijdens zo’n week naar hun kelder of zolder spurten om die goeie oude goeiedag boven te halen.

[...] Elias Cort [...]
Pingback door Schild en vriend | Het Parlement — 12 mei 2008 @ 2:24 pm |