Interessante kop in De Standaard vandaag: Nederlandse uitgevers in de rij voor Vlaamse debutant. Liefst zeven uitgevers brachten een bod uit om de eerste roman uit te geven van een Vlaming die in Amsterdam woont. Niet op basis van een afgewerkt manuscript, nee, deze jongen presteert het om meteen al een niet onaardig voorschot te cashen op basis van slechts zes (!) pagina’s tekst van zijn roman in wording.
Lees je het artikel wat aandachtiger, dan blijkt het geschreven naar aanleiding van een persbericht dat de Amsterdamse literaire agent Paul Sebes de wereld in stuurde. Hij las slechts een kortverhaal van deze debutant die nog moet debuteren, maar was blijkbaar zo onder de indruk van het verhaal dat hij op zoek ging naar een uitgever en al bezig is met de promotie van dit nieuwe ‘Vlaamse’ talent, ook al heeft die nog maar zes pagina’s geschreven. En met succes, want de schrijver ging in op een bod van uitgeverij Anthos. En literair agent Sebes natuurlijk gelukkig, want ongetwijfeld zal hij ook delen in het ‘uitzonderlijke’ voorschot: “Ik wil er geen bedrag op plakken, maar hij kan toch zeker enkele maanden aan zijn boek werken zonder dat hij zich om geld hoeft te bekommeren.” Sebes verkneukelt zich al in deze deal: “Het goede aan zo’n hoog voorschot, is dat de uitgever nu ook hard zijn best zal doen om het boek te promoten.”
Wellicht kijkt Sebes zelf met verbijstering naar het effect van zijn pr-actie. De Standaard maakt er immers een heus item van. Niet alleen is er een interview met “De Vlaming waar alle Nederlandse uitgevers van dromen”, er wordt zelfs een heel onderzoek aan gewijd. “Kijk, ze kunnen schrijven!” kopt het wat triomfantelijk op de Cultuur & Media pagina’s, alsof ze in Nederland volgens De Standaard altijd al hebben getwijfeld dat ‘Vlamingen’ kunnen schrijven. Het succes van Christophe Vekeman, Annelies Verbeke, Dimitri Verhulst, Stefan Brijs, Yvest Petry en Saskia de Coster op de Nederlandse markt wordt gewikt en gewogen, de hype rond deze ‘Vlaamse’ schrijvers – gemakshalve als één schrijversgeneratie gepresenteerd – onderzocht en hun verkoop in Nederland onder de loep genomen. Zelf relativeren de schrijvers de hele heisa. “In de plaats van chauvinistisch te worden, moeten we de Nederlandstalige literatuur juist meer als één geheel zien,” zegt Annelies Verbeke.
Of de Vlaamse adept van literair agent Sebes ook “kan schrijven”, moet nog blijken. Deze debutant die nog moet debuteren moet immers van de zes pagina’s nog een heuse roman brouwen. Het voorschot heeft hij wel al op zak en relativeren kan hij ook al: “Ik probeer vooral te genieten van het idee dat wat ik schrijf, ook echt uitgebracht zal worden. Tegen dat het zo ver is, waarschijnlijk in 2009, zijn de mensen mij misschien alweer vergeten.”
Tja, je zult als ‘Vlaming’ maar een afgewerkt manuscript met de post naar een Nederlandse uitgeverij versturen, uit de enorme stapel ingezonden manuscripten gepikt worden, twee maanden later een contract mogen ondertekenen voor je eerste roman en ook een niet onaardig voorschot beuren. En dat zonder dat het feit dat je Vlaming bent ook maar één keer aan de orde komt. Hoe ga je dat in godsnaam nog aan De Standaard als nieuws verkopen?

[...] ‘Elias Cort‘ over een stuk uit De Standaard van gisteren 10 april, Nederlandse uitgevers in de rij voor Vlaamse debutant. [...]
Pingback door De debutant die nog moet debuteren | Het Parlement — 11 april 2008 @ 10:59 am |