Wordt het een internationale trend, kunstenaars die het roken claimen als bron van hun inspiratie? Slechts enkele dagen nadat Vlaanderens bekendste schilder Luc Tuymans zich outte als ‘rokende’ kunstenaar – “Roken is een essentieel onderdeel van mijn werk. Ik rook als ik opsta, als ik denk en als ik schilder.” – krijgt hij het illustere gezelschap van Groot-Brittanië’s beroemdste schilder David Hockney. De goede man, inmiddels 69 jaar, is meer dan kwaad over het rookverbod dat op 1 juli 2007 in zijn geboorteland van kracht wordt, waardoor het afgelopen is met roken in cafés en restaurants. “Schilders moeten overal kunnen roken,” fulmineerde hij in De Morgen van gisteren en de man onderbouwde zijn stelling zelfs met een ‘krachtig’ betoog. Volgens Hockney gaat het verbod in tegen de wetten van de kunstgeschiedenis, want zo orakelde hij volgens The Indepedent tijdens de opening in de Tate Britain van de tentoonstelling Hockney on Turner, die een groot overzicht biedt van aquarelwerken van William Turner (1775-1851): “Turner rookte. Monet rookte en stierf op zijn 86ste. Picasso en Matisse rookten en bereikten een respectabele leeftijd. Zij hadden geen akelige mensen die hen vertelden wat ze moesten doen.” De kunstenaar die ons met het boek Secret Knowledge. Rediscovering the lost techniques of the Old Masters trachtte te overtuigen dat beroemde schilders als Van Eyck, Carravagio, Velázquez en Ingres spiegels en lenzen gebruikten om hun realistische meesterwerken te scheppen, vindt het feit dat beroemde schilders rookten voldoende bewijs om zijn stelling te onderbouwen. Bizar is het wel: kunstenaars die in hun werken ’onsterfelijkheid’ betrachten en het dan opnemen voor de ‘vluchtigheid’ van rook.
14 juni 2007
Momenteel geen reacties »
Nog geen reacties.
RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI
